Nieuws

Category Archive Nieuws

Time-out voor inspiratie bij Land van Rouw

Mijn voornemen in 2020 is af en toe even stilstaan. Een time-out in het dagelijks leven die me helpt om niet door te jakkeren in het tempo van de buitenwereld. Door stil te staan, en dat kan net zo makkelijk tijdens een wandeling door het bos of in de tram door de stad, stap ik in mijn binnenwereld.

(Foto Tessa Posthuma de Boer)

Daar kom ik tot rust. Ik check de innerlijke waarheid, die soms wordt gevoed door twijfels, onzekerheid, angst en andere negatieve krachten. Hoe doe ik het als vader? Hol ik mezelf voorbij in mijn praktijk? Blijf ik mezelf trouw in de liefde of beweeg ik te veel mee met de ander? Rustig maar, Tim, zeg ik dan. Rustig maar. Het is goed.

In ons boek Als de man verliest maken we regelmatig gebruik van time-outs. Wat doet de man (anders dan de vrouw) en waarom lukt dat soms niet? Wezenlijke vragen die we van context voorzien. En daarna aan de slag, beste man (en vrouw). Hoe doe jij dat? De meeste reacties die ik krijg, gaan precies hierover. Mooi om te lezen, maar wat doe ik ermee?

Op vrijdag 31 januari komen we met zijn allen bij elkaar om dieper in te gaan op de essentiële vraag: Hoe ga je als man om met tegenslag, verdriet en rouw? Opleidingen Land van Rouw organiseert een Inspiratiedag XL voor mannen én vrouwen die leven en/of werken met mannen. Als de man verliest krijgt daarmee handen en voeten.

In conferentieoord De Poort in Groesbeek neemt co-auteur en gelouterde mannencoach Wim van Lent het voortouw voor een dynamische dag vol nieuw inzicht en toepasselijke handvatten. Vakbroeders Bart Spijkerboer, Peter Asscheman en Jürgen Peeters gaan op hun eigen manier met het mannenthema aan de slag. Serieus zonder zwaarte, hier en daar een traan maar vooral een lach.

Ik doe vanzelfsprekend ook mee. Voor mij wordt de Inspiratiedag XL zo’n moment om even stil te staan. Wat heb ik geleerd van de lezingen in de voorbije maanden, en wat neem ik mee naar mijn lezingen in de komende tijd? Het leven gaat soms zo snel dat je het belangrijkste vergeet: een time-out voor jezelf.

Zie ik je in Groesbeek op 31 januari? Meer informatie vind je op de website van Land van Rouw: Inspiratiedag XL Als de man verliest.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Een vermaarde radiostem valt even stil

Van limerick naar ‘vergeet me niet woorden’. Van bevlogen voorlezen tot verstikt stilzwijgen. Ik neem je mee naar een heerlijk eerlijk avondje met Frits Spits in Dwingeloo.

(foto: Wim Dooren)

We treden samen op tijdens het literair festival Winterzinnen. Insteek van ons tweegesprek is de taal van rouw. Frits en ik kennen niet alleen de woorden, we hebben de rouw om het overlijden van onze echtgenotes ook doorleefd. En nog steeds is het voelbaar.

We kennen elkaar goed, niet alleen als collega’s van de radio. We zijn bevriend geraakt dankzij de gedeelde passie voor het gesproken woord. Sinds anderhalf jaar, toen zijn vrouw Greetje stierf, zijn we ook intiem verknocht aan elkaars leven. Want leven doen we.

Overleven doen we evengoed. We schrijven boeken. Ik publiceerde mijn dagboek Tranen van Liefde, en recentelijk Als de man verliest. Frits kwam met Alles lijkt zoals het was, een muzikaal eerbetoon aan zijn grote liefde die hij op zijn vijftiende voor het eerst mocht zoenen. Ze waren 46 jaar getrouwd, en hebben drie zonen.

Ik voel me op het podium van Grand Café De Brink het jongetje dat zo vaak de oren spitste als Frits Spits eind jaren zeventig iedere dag ergens rond 18 uur de door luisteraars ingezonden poplimerick voorlas. Af en toe stuurde ik er eentje in. Nooit was-ie goed genoeg. Dus ‘corrigeer’ ik veertig jaar later die omissie met een toepasselijke limerick.

Beiden geworteld in het Brabantse land

Gepokt in Hilversum, gemazeld in het buitenland

Staan wij, twee mannetjes van de radio

Met ons rouw-exposé in Dwingeloo

Onthand? Misschien, maar zeker niet ontmand

Vervolgens praten we over het leven en de dood, over de woorden die we hebben gegeven aan verlies en gemis. Zo gepokt en gemazeld als we zijn in de huid van professionele radiomaker, zo broos en kwetsbaar blijken we te zijn als we voorlezen uit ons boek. Eerst krijgt Frits een brok in zijn keel. Een vermaarde radiostem valt even stil.

Het mag er allemaal zijn op deze zaterdagavond in Dwingeloo. Het overkomt mij eveneens, en dan ben ik potverdrie toch tien jaar verder. Hoe dan ook, het verbindt ons met de luisteraars in de zaal die ook hun eigen verliesverhaal kennen. Op onze uitnodiging slingeren zij woorden naar het podium. Welk woord mag op je rouwkaart niet ontbreken?

Maatje. Gekend. Vertrouwen. Gemis. Ga maar en laat los. Liefde is leven. Voorbij. Bedankt. Geen liefde is verkeerd. Leegte. En op zijn Drents: Uit de tijd gekomen.

Zoals Frits in zijn programma De Taalstaat tijd inruimt voor ‘vergeetwoorden’ die we moeten blijven koesteren, doop ik de woorden uit de zaal om tot ‘vergeet me niet-woorden’. Want blijven praten, blijven schrijven, blijven delen over de dood is de enige manier om het leven te vieren en verloren geliefden te eren.

Dat alles maakt het avondje Dwingeloo zo magisch. En alsof het niet mooi genoeg is, tracteert Frits Spits me aan het eind op zijn limerick. Een liefdevolle afsluiting van 2019 met een hoopvolle boodschap voor 2020.

Een rouwtherapeut uit het kleine Noord-Hollandse Overdiek

Beleeft tussen de kerst en nieuwjaar een cliëntenpiek

Hij weet: als een man verliest

Is het juist dan dat hij bevriest

Daarom probeert hij hem te ontdooien met toekomstmuziek

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Tranen van Liefde (wordt vervolgd)

En hoe is het nu met je tranen, tien jaar later? Hoe gaat het met je jongens? Vooral die laatste vraag wordt me veel gesteld. Het antwoord is te vinden in de herziene editie van Tranen van Liefde, eind januari verkrijgbaar dankzij Uitgeverij Water.

Dit weekend tik ik de laatste woorden voor het vervolg van mijn dagboek over het eerste jaar na de dood van Jennifer, mijn vrouw en moeder van onze zonen Sander en Eamonn. Tienduizend exemplaren verkocht indertijd, en op een aantal doosjes na (bij mij op zolder, 10 euro, stuur maar een mailtje) niet meer verkrijgbaar.

Het boek krijgt een nieuw leven. Da’s best een gek gevoel. Voor de herziene editie schrijf ik een extra hoofdstuk over levenslustige thema’s in de voorbije negen jaar. Liefde en verlangen, vaderschap, ouder worden, een nieuwe richting inslaan, verlies van onze hond en het opgroeien van twee kids tot jonge mannen. Er is genoeg gebeurd.

Om de toon en stijl van het oorspronkelijke boek vast te houden, schrijf ik het vervolg ook in de vorm van dagboeknotities. Ik ga terug in de tijd, en sta even stil bij belangrijke mijlpalen in ons leven waar je zo gedachteloos aan voorbij kunt gaan. Het leven dendert door, gelukkig maar. Inspiratie met terugwerkende kracht, zo noem ik bepalende momenten die je soms liever vergeet.

Want het leven wordt inderdaad achterwaarts begrepen en voorwaarts geleefd, zoals de Deense filosoof Søren Kierkegaard zei. Daar voegt de onbekende denker Tim Øverdœk aan toe: “Leef niet in het verleden. Leef nu. Lukt dat vandaag niet? Shit happens, en morgen probeer je het lekker opnieuw.”

Stilstaan bij wat was. Vanochtend heel erg vroeg deed ik dat opnieuw, dit keer bij Koop Geersing in zijn programma Waarheen Waarvoor op NH Radio. Om 7 uur op zondag naar de emotie gaan, naar de herinnering, naar de betekenis, naar de levenslessen over de dood. Er was wat extra koffie voor nodig, maar volgens mij zijn we daar aardig uitgekomen.

(Terugluisteren? Dat kan hier.)

Ik hoor mezelf dan zo praten, en moet innerlijk een beetje grinniken. Want in mijn dagboek Tranen van Liefde schrijf ik op wat ik deed als ploeterende man, vader en (door de dood verlaten) partner. Ik deed maar wat. Het was goed genoeg, ook als het behoorlijk verkeerd ging door de pijn en het verdriet. Lezers van mijn boek herkennen zich erin. Dat is de waarde van het dagboek.

Nu ik behalve gepokt en gemazeld inmiddels ook geschoold en gespecialiseerd ben als therapeutisch coach weet ik hoe veerkrachtig de mens werkelijk kan zijn. Ik zie het aan mezelf, aan mijn kinderen en elke keer merk ik hoe mannen (en vrouwen) in mijn praktijk ontdekken dat levenslust het wint van de tegenslag. Wat je ook onderuithaalt, het leven wordt toch ook weer beter.

Daarom ook besloot ik het mooie gesprek vanochtend met Koop ook met een grote glimlach. Mijn meest recente boek Als de man verliest is inderdaad heftig, maar ook hoopvol. En dat geldt ook voor Tranen van Liefde, dagboek van een weduwnaar (herziene editie 2009-2019). Hoe meedogenloos de dood ook kan zijn, het leven overwint. Altijd.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Vliegtuigmodus onder de Bulderbaan

Talloze voetstappen heb ik achtergelaten in het Amsterdamse Bos. Maar niet eerder is een wandeling zo sereen en ontroerend als deze middag. In een groep van negen zwijgende onbekenden, bijna zwevend door het herfstlandschap ervaar ik totale vrijheid.

Dat de natuur over magische krachten beschikt, weet ik als stadsbewoner heus wel. Soms moet je met je neus op die aardse feiten worden gedrukt. “Je ziet het pas als je het door hebt”, sprak Cruijff ooit. Deze middag helpt de Zuid-Afrikaanse wildernisgids Ian Read ons een handje. Hij speelt een uitwedstrijd.

Het is in het Amsterdamse Bos immers een tikkeltje anders dan in zijn eigen iMfolozi, waar hij doorgaans een dag of vijf met een groep lopend door de wildernis trekt. Tijdens het voorstelrondje komt om de haverklap een landend vliegtuig over. Wandelaars, fietsers en honden zeggen vrolijk gedag. Om over de dreigende wolken maar niet te spreken.

“Zet je telefoon maar even op vliegtuigmodus”, zegt Ian met zachte stem. Hoe toepasselijk, terwijl ik bijna een reusachtige en luidruchtig razende KLM-Boeing kan aanraken.

Het is een drukke dag in mijn praktijk, en tussendoor bellen, appen en mailen allerlei mensen met dringende vragen. Dus ik moet een seconde of wat nadenken over zijn verzoek voordat ik me ‘dan toch maar’ drie uur zal overgeven aan een poging tot innerlijke stilte in een rumoerige omgeving.

We lopen over paden waar ik tien jaar geleden met onze hond Elsa de eerste stappen op de kronkelige weg van rouw zette. Mijn vrouw Jennifer was net overleden, een paar dagen na de komst van Elsa uit Spanje. ’s Morgens en ’s avonds liet ik haar uit in de buurt, maar overdag vertrok ik regelmatig naar het Amsterdamse Bos waar ik kon huilen, schreeuwen, zwijgen en mezelf verliezen.

Ian Read spreekt niet veel. Wat hij zegt, is raak. Dat we gewoon eens moeten lopen zonder al te veel te denken. Als er gedachten komen, laat ze maar passeren. En weer later, dat we onze zintuigen mogen openzetten. De kwetterende vogels, het kleurrijke licht, de geur van gevallen bladeren. Samen en alleen, in de kalme cadans van het negental en in het eigen omhulsel van je openstaande lijf.

Ik kijk om me heen en voel een onbekende dimensie. Alsof ik zweef door het oranje-bruine landschap. Niets hoeft. Alleen maar je ene voet voor de andere zetten en je gewaar zijn van… Ja, van wat eigenlijk. Daar heb ik dus geen woorden voor. En dat maakt het uitstapje in vliegtuigmodus onder de Bulderbaan zo emotioneel sereen. Zelfs Schiphol is ogenschijnlijk stilgevallen.

Op weg naar mijn huis in de stad negeer ik mijn telefoon nog even in de binnenzak. Niet eerder is tijdloosheid zo betekenisvol geweest. Dat wil ik graag nog een seconde of wat kunnen vasthouden.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Niks lezing, ik wil je ontmoeten

Hardlopen lukt even niet door een hardnekkige enkelblessure. Mijn broodnodige dopamine en adrenaline haal ik nu in bovenzaaltjes en kleine theaters. ‘Lezing over mannenrouw’ staat op het affiche, maar ik kom er stiekem met een heel andere bedoeling.

Ik ga namelijk niet voorlezen, vragen beantwoorden, boekenverkopen en signeren. Nou ja, dat doe ik allemaal wel, maar het gebeurt eigenlijk een beetje tussendoor. Het zijn bijzaken. Want het mooie van een avondje Krommenie of Amersfoort is de ontmoeting. We delen onze levenservaring.

Tot mijn grote vreugde was de zaal in Voorburg en Arnhem onlangs bijna voor bijna de helft gevuld met mannen. Je weet wel, mannen die doorgaans geen trek hebben in dit soort bijeenkomsten maar door hun vrouw, zus of buurvrouw onder dwang worden meegesleurd. Kom nou maar, vent, je weet nooit of het iets voor je is.

Je zou zeggen, een boek met de titel Als de man verliest zou ‘hem’ toch moeten aanspreken. Het schrikt tegelijkertijd ook af. “Ik ben niet zo’n man”, zegt dan zo’n man, getormenteerd door verlies (van geliefde, werk of gezondheid). De buitenwereld hoeft dat niet per se te zien.

Daar gaat precies ons boek over. En ook de lezing.

Gelukkig zitten er steeds meer mannen in de zaal, tussen de vrouwen die zo graag willen weten ‘hoe zo’n man nou eigenlijk in elkaar steekt’. Daarover gaan we tijdens ‘de lezing die geen lezing is’ met elkaar in gesprek. Ik wil horen over herkenning. Ik wil praten over de verschillen. Ik wil stilstaan bij de verliezen. Ik wil zwijgen als we het soms gewoon even niet weten.

Zo’n lezing dus. Elkaar ontmoeten in verlies, gemis, worsteling. Even een moment van acceptatie. Dat we allemaal in hetzelfde bootje zitten, en dat elkaar aankijken en je niet verroeren soms het beste antwoord is op de vraag: waarom? (Of what the fuck? Afhankelijk van de situatie.) Niks lezing dus, ik wil je ontmoeten.

In de Agenda op deze site vind je de eerstvolgende ontmoetingen. Mail gerust als je wilt dat ik langskom. Twee lezingen in de nabije toekomst springen eruit. Op donderdag 21 november in Heeze, en op 31 januari in Groesbeek (waar Land van Rouw een imponerende mannendag heeft georganiseerd). Tot ziens.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Tien jaar dood, hoe doe je dat?

Gelukkig hoef ik me over deze vraag het hoofd niet meer te breken. Het moment dat Jennifer tien jaar geleden overleed, ligt alweer een paar dagen achter ons. Het hield me wel bezig, veel meer dan ik eigenlijk had gewild. Rommelig, zo voelde het.

Het was rommelig omdat er geen kant en klaar recept bestaat voor de viering, herdenking of het gewoon laten passeren van een tiende sterfdag. In ons geval is het meer dan een etmaal. Er is de dag van het ongeluk, 22 oktober. De dag dat duidelijk werd dat Jenn niet meer zou ontwaken uit haar coma (23). En de formele sterfdag, door de schouwarts bepaald op 24 oktober.

Mijn zonen en ik noemen dat jaarlijkse moment ook wel ‘ons driedaags festijn’.

Een goeie grap voor de tiende keer kregen we niet verzonnen. “Wat zou mama hebben gedaan”, vroeg ik mijn jongste. Die zei meteen: “Een feestje geven.” Goed idee, vond ik, dus prikte ik zaterdag 26 oktober voor een onvervalste Halloween Party. Die van 2009 was namelijk niet doorgegaan. Familie-omstandigheden.

‘The party that never was’ ging uiteindelijk ook in 2019 niet door. Te veel gedoe, realiseerde ik me. Begin van de maand was al een feestje geweest met de lancering van Als de man verliest, met vrienden en familie die ons drietjes op het podium hadden zien stralen. Ik had er over Jennifer gesproken. Dus de energie was een beetje laag.

Daar kwam bij dat de aanloop naar een sterfdag onvoorstelbaar veel energie wegzuigt. Dat is al tien jaar zo. Zoiets verandert vermoedelijk nooit. De bladeren verkleuren, er is meer wind en regen, meer grijs dan blauw aan de hemel, en mijn lichaam begint stilletjes te protesteren. Waartegen? Geen idee. Pure agitatie. En dan valt het kwartje. Oh ja, het is weer zo ver.

De dag zelf valt dan meestal best mee. Nou, dit keer dus niet. Overmoedig had ik dinsdag twee cliënten ingepland, en ’s avonds had ik de boeklancering van Frits Spits’ Alles lijkt zoals het was in De Kleine Komedie in het vooruitzicht. Dat was allemaal geen probleem. Integendeel, beetje afleiding met werk en plezier hoort er immers ook bij. Lastiger waren de momenten tussendoor.

De kleine momenten. De minieme gedachten. De subtiele emoties. De herinneringetjes.

Dus een extra knuffel voor de jongste op weg naar school. Stokbroodje halen en ontbijt gaan maken bij de oudste. ‘s Middags halfuurtje alles uit, kaarsjes aan en mediteren bij haar foto. Plotse tranen, zomaar. En dan op het allerlaatste moment aansluiten bij de jongens die spontaan besloten om bloemen te leggen bij de plek waar het exact tien jaar eerder allemaal was opgehouden.

Daarna was het ‘smooth sailing’. Geen noemenswaardige opluchting, geen steen in de maag. Dit is wat het is. Tien jaar. Hoe dat is? Als ik omkijk, dan is het voorbij gevlogen, soms met tergende traagheid. In ieder geval hebben we geleefd. We hebben vol geleefd, inclusief de rouw die bij dat leven hoort. Af en toe een tikkeltje rommelig.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Het lijntje met mijn vader (en zonen)

Ons boek Als de man verliest is de wereld in. Op de lancering in Pakhuis de Zwijger sprak ik over de vitale levenslijn: de band tussen vader en zoon.

“Dingen doen. Daar was hij goed in. Dingen doen. Hier zie je mijn vader op een zondagavond met mij zo’n ding doen. Vader en zoon, hij en ik, bouwen een radio in een jampotje. Het is laat, en ik moet naar bed. Ik heb mijn pyjama al aan. Tim moet naar bed, zegt mijn moeder. Hij moet morgenvroeg naar school. Nee, zegt mijn vader, koppig als ie was, eerst de radio. En dus gingen we door, met het doen van ons ding. Vader en zoon.

De meeste verhalen die we hier vanavond hebben gehoord, gaan telkens weer over vaders en zonen. Natuurlijk kunnen we niet zonder de moeders. Als de man verliest heeft er zelfs een heel hoofdstuk over. Onze moeders, heet dat hoofdstuk. Het telt maar liefst 5 pagina’s. We eren onze moeders, maar we eren in dit boek vooral de man.

De man in alle soorten en maten, in alle kracht en kwetsbaarheid. Als ik denk aan de tien mannen die uitgebreid hun verhaal hebben gedaan, dan denk ik aan hun openhartigheid. Hun eerlijkheid om er niet omheen te draaien. Elke man vindt zijn eigen manier, zijn eigen strategie of zijn eigen trucje om zich staande te houden in de schaduw en in het licht van zijn vader.

Neem Humberto Tan, die twee broers heeft verloren. Humberto heeft niet veel op met zijn afwezige vader. Humberto is vooral de zoon van zijn moeder. Die heeft hem opgevoed, niet zijn vader. Humberto zegt in het boek: Ik ben 80 procent mijn moeder, en 20 procent mijn vader. Toch heeft hij zijn kinderen kennis laten maken met hun opa in Suriname. Dat dan weer wel.

Adri van der Heijden fantaseerde als kind dat hij zijn vader, met zijn zatte kloten, van de trap zou willen duwen. Toen zijn vader vele jaren later doodging, waren er bij de schrijver geen emoties. Nou ja, twee taaie tranen op de crematie. In het boek vertelt Adri van der Heijden hoe zijn eigen zoon, Tonio, dol was op zijn opa. Een symbiose, die jonge en die ouwe. Alsof Tonio iets goeds had ontdekt aan Adri’s verguisde vader. Dus toch.

Douwe Bob kreeg als klein jochie van zijn vader te horen: Douwe, jij gaat nu lopen en kijkt niet om. Jij gaat lopen en jij ziet mij nooit meer terug. Douwe gaat lopen, tranen over de wangen. Maar hij kijkt niet om. Tien minuten later komt vader Simon lachend langsfietsen. Waarom? Kijken of hij zijn zoon kon vertrouwen. In dit boek vertelt Douwe Bob ook hoeveel hij van zijn vader houdt. Ondanks.

Nou klinkt het alsof die vaders niet deugen. Maar zo is het niet. Nee, Wim en ik hebben in dit boek bewust geen oordeel. Wel verklaringen. Duiding en begrip. Maar geen oordeel. We doen wat we kunnen. Vaders en zonen.  Natuurlijk, we kunnen vloeken op onze vaders. We kunnen met ze vechten. We kunnen van ze houden, we kunnen ze haten. We kunnen ze vastpakken. En weer loslaten. We kunnen zelfs na hun dood blijven roepen: papa, waar ben je? Hier ben ik, papa. Papa, zie je me?

Vooral kunnen we van ze leren. En zij van ons. We kunnen leren van hun onmacht. Omdat vaders het vaak niet hebben geleerd van hun vaders. En die op hun beurt niet van hun vaders. Dat onnodige vermannen. Dat pijnlijke isolement. Dat eigenwijze zwijgen. Dat ontkennen van gevoel. En dat, precies dat, houdt hier vanavond op.

Vanavond begint met dit boek een nieuw hoofdstuk in het leven van vaders en zonen. Komend jaar is het jaar van de man. Dat is onze hoop. Dat is onze missie. Dat is waarom wij het doen. Als man. Met de vrouw.

En hoe? Heel simpel. Denk eens aan een man. Denk eens aan zo’n man. Ik geef jullie tien seconden. Wie is hij? Is het je partner, je vader, je zoon, je broer, je vriend, je baas. Misschien ben je het zelf wel. (Stilte) Iemand in gedachten? Morgen ga jij aan die man vragen: Wat is er nou voor jou zo moeilijk als man? Of morgen ga jij als man zeggen tegen een vrouw: Weet je wat er nou zo moeilijk is als man? En vraag je naar of vertel je over je gevoel. Da’s alles. En voor 22 euro kun je hierin lezen hoe dat moet. En waarom.

Het radiootje. In de jampot. Het ding deed het. Ver na bedtijd op die zondagavond klonk er een krakerige stem uit de radio die mijn vader en ik hadden gemaakt. Pa is al 41 jaar dood. Wat zou het tof zijn als we nu op een of andere manier een radiolijntje konden leggen tussen hier en daar. Een minuutje. Niet langer. Desnoods een half minuutje.

Pa, hoor je me? Pa?

Ja, zoon.

Hey pa, eerst effe dit: Is Jennifer daar ook?

Ja, zoon, die is hier ook.

Oh mag ik haar dan eerst even spreken?

Nee, zoon, dat gaat niet. Jennifer staat ergens te dansen.

Oh okay. Hey pa?

Ja, zoon?

Het gaat goed hier, pa.

Goed zo, zoon.

Dag pa.

Dag zoon.

Meer niet. Over en uit.”

(Uitgesproken op vrijdagavond 4 oktober 2019 in Pakhuis de Zwijger)

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Het grote geluk van Monique

Mijn boeken koop ik meestal om de hoek, bij Van Rossum. Dit keer fiets ik naar De Nieuwe Boekhandel in Bos en Lommer. Een gevalletje morele ondersteuning. Sterker, een kwestie van leven en dood.

Negen jaar bestaat de sprankelende winkel van Monique Burger, maar het is een viering met een rouwrandje. Het zit allemaal ‘een beetje tegen’. Kort samengevat: de verkoop van haar winkel ging onverwachts niet door en haar partner Chris kreeg te horen ongeneeslijk ziek te zijn.

Monique, je kent haar wellicht van die brede lach en gepassioneerde ogen in het boekenpanel van De Wereld Draait Door, is op Facebook open en eerlijk over de bizarre pech die haar is overkomen. Waar het leven vol serene toekomst leek, zit nu de dood op haar hielen. Haar lach is er niet minder om.

Lees hier Monique’s verhaal in Het Parool: Jubileum met donkere wolken

“Wat wil je drinken?” vraagt ze als ik binnenkom. Vermoedelijk voor de 837ste keer deze zaterdag vertelt ze hoe de situatie is. Dat ze op zoek is naar een koper voor haar prachtige zaak. Dat de chemo aanslaat en dat ze elke dag van de liefde geniet. Alsof er geen volgende dag is, met zulk soort intensiteit.

“Ik heb twee dingen voor je”, zeg ik. “Ik kom een boek halen en een knuffel brengen.” Meer niet. Uit ervaring weet ik hoe je jezelf kunt uitputten als je elke keer hetzelfde verhaal moet vertellen. Het wordt een riedeltje. Als toehoorder heb je trouwens nooit de juiste woorden. Nou ja, dat het kut is. Zwaar kut.

Dus drink ik een glas rode wijn en vraag om een boekentip. Monique heeft meteen het perfecte advies. “Een boek waar ik nu veel steun aan heb, en wat ook jou zal aanspreken.” Het Zoutpad van Raynor Winn, over een echtpaar dat alles kwijtraakt en van wie de man ernstig ziek is. De ondertitel is treffend: Over oude wegen naar een nieuw begin.

’s Avonds begin ik te lezen. Het grijpt me meteen aan. Goeie tip van Monique, met een groot verschil. Mijn vrouw stierf door een ongeval, en van een laatste periode met elkaar op weg naar de dood was nooit sprake. Wat ons bindt, is het besef dat de (nakende) dood doet leven. Wat ons scheidt, is dat ik het pad inmiddels heb afgelegd waarop zij nu de eerste schreden heeft gezet.

Dat zij die laatste stappen hand in hand mag zetten, geeft me zowaar een ietsiepietsie gevoel van jaloezie. Je gunt niemand het vroegtijdig verlies van een partner. Wat een helletocht. En toch zeg ik, met de grootst denkbare liefde: Lang leve het grote geluk van Monique.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Lees ook: Als goed nooit goed genoeg is, over mijn nieuwe boek Als de man verliest

Als goed nooit goed genoeg is

“Het is best een leuk boekje geworden”, vertel ik aan een collega. Wat ik eigenlijk bedoel te zeggen, is dat het “potverdorie een geweldig boek” is. Als de man verliest is gewoon keigoed. Maar ja, die innerlijke criticus. Leuk boekje dus.

Ik buig me deze zondagochtend over de allerlaatste wijzigingen. Ons boek is min of meer klaar, want de drukproef ligt voor me op tafel. Nu ga ik pagina na pagina, regel na regel, woord na woord, zelfs letter na letter na of het allemaal klopt. Tot mijn verrassing zijn er toch nog tikfouten in geslopen. Gelukkig kijkt een professionele corrector ook naar het manuscript.

Een kleine 80.000 woorden, zo’n 320 pagina’s, tien ontroerende interviews met bekende mannen, acht thematische hoofdstukken over mannen en tegenslag. Af en toe slaat de twijfel toe. Klopt het wel wat hier staat? Is het voorbeeld wel juist gekozen? Zijn we wel genuanceerd genoeg? Is dit het juiste woord? Het hoort allemaal bij het schrijfproces dat niet zonder bloed, zweet en tranen kan.

Maar de twijfel? Ook die laat zich zien. “Tim, dit slaat helemaal nergens op”, hoor ik het kritische stemmetje bij vlagen in mijn hoofd uitschreeuwen, smiespelen of fluisteren. Dit is wie ik ben. Het kan altijd beter. Ja, het is goed, echt heel goed, maar toch ook is het niet goed genoeg. Ik ken het stemmetje van oudsher. Het ligt altijd op de loer, vertrouwd en hartstikke ongewenst.

Sinds co-auteur Wim van Lent in het voorjaar van 2017 het idee opperde om samen een boek te schrijven, ben ik aan de slag gegaan om een ‘kick-ass boek’ te schrijven. Het moest goed zijn, meer dan goed. Het moest voor professionele hulpverleners tot de diepste kern doordringen. Het moest de geïnteresseerde lezer vol in zijn of haar hart raken. (Ja, het boek is voor mannen én vrouwen een ‘must-read’.)

Zo’n boek is het geworden. Dat zeg ik zonder bescheidenheid want zo ben ik dan ook wel weer. Dankzij inhoudelijke feedback van meelezers en een zorgvuldige en liefdevolle begeleiding door Uitgeverij Balans is het versie na versie uitgegroeid tot een boek dat staat. Wie als (partner van een) man met tegenslag, verdriet en rouw te maken krijgt, zal zich herkennen in Als de man verliest.

In dit laatste stadium voordat het manuscript naar de drukker gaat ontdek ik waar die trots vooral op is gebaseerd. De openhartigheid waarmee de mannen in dit boek over hun verlies, pijn en onvermogen durven te praten. Dat is iets wat ik zelf heb moeten leren na de verschillende verliezen in mijn leven. Niet makkelijk, maar wel helend. Daarom is het ook zo’n leuk boekje geworden.

Meer info vind je hier: Als de man verliest – Uitgeverij Balans

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Van Edie’s Auschwitz naar ons eigen kamp

“Mijn lieve schat, je kunt ervoor kiezen om vrij te zijn”, is de slotzin uit De Keuze, die nu al dagen door mijn hoofd dendert. Twee avonden tot ver na middernacht doorlezen zijn voldoende om vrijdagochtend goed voorbereid in Zeist aan te schuiven voor een ochtendje met de Ballerina uit Auschwitz.

Edith Eger (links) danst nog steeds

Edith Eva Eger is 91 jaar oud. Ze heeft er al vele levens opzitten, maar is nog altijd een kwieke jongedame. Dansend komt ze het podium op, en drie uur later dartelt de Hongaars-Amerikaanse psychotherapeut de toekomst in. Ze leeft bij de dag, want de ochtendzon zou ze weleens voor het laatst hebben gezien. “Dus maak er wat van.”

Edie’s motto: “Wat er in je leven ook gebeurt, je hebt altijd de keuze: Draag ik het verleden met me mee of kan ik vergeven als gift aan mezelf en daarmee werkelijk vrij zijn?” Dat is een glorieuze uitspraak voor iemand die eind 1944 naar Auschwitz werd afgevoerd en bij aankomst Josef Mengele haar moeder en vader naar de gaskamer zag sturen.

Korte tijd later kwam Mengele de vrouwenbarak binnen en moest het meisje Edith voor de kampbeul dansen. Het leverde haar die afgrijselijk tedere bijnaam op, de Ballerina uit Auschwitz. Ze wist met zus Magda te overleven, dag na dag door te geloven dat ze haar vriendje Eric ooit weer zou zien (maar die een dag voor de bevrijding stierf), en gleed rakelings langs de dood terug het leven in.

Met diepe bewondering luister ik naar haar. Het is officieel een masterclass die ze hier geeft, maar educatieve stempels verschrompelen bij de simpele wijsheid die ze de zaal inwerpt. “Weet hoe je na je dood herinnerd wilt worden. Grijp terug op je jongste ik en hervind je onschuld. Je kunt niet helen wat je niet kunt voelen.”

De grootse vrouw, verpakt in een klein mensje, verkneukelt zich met de anekdote dat haar kleindochter een ballerina werd op school. “Daarmee hebben drie generaties Eger wraak genomen op Adolf Hitler”, lacht ze. En meer serieus: “Ik had te doen met de Duitse bewakers. Ook zij waren ooit in onschuld geboren.” En dan zegt ze: “Auschwitz was een gift voor mij.”

Mijn vader zat een paar jaar als dwangarbeider in een Duits werkkamp. Hij overleefde, maar wilde er tegen ons nooit over spreken. Tot ver in zijn leven werd hij stiknerveus als we in de buurt van de Duitse grens kwamen. Oorlogstrauma, was de simpele diagnose. Zo waren er miljoenen overlevers die ervoor kozen om er niet over te praten. Want dan bestond het niet, ook al raasde het vanbinnen.

Zo bleef je overleven, en hetzelfde gold lange tijd voor Edith Eger. Decennia later kwam ze tot het inzicht dat het op die manier niet werkt in het leven. Je kunt je pijn niet ontlopen. Je kunt niet doen alsof het er niet is. Je moet erlangs, elke keer weer, om vrij van angst, woede en andere negatieve gedachten en gevoelens te kunnen leven. Niet overleven, maar leven. Echt leven.

Kort na de dood van mijn vrouw troostte een collega mij met woorden die ik op dat moment volstrekt ongepast vond. “Mijn moeder verloor haar complete familie in de holocaust”, begon ze. “Zij zou nu tegen jou zeggen dat jij je eigen oorlog hebt te overleven.” Ik begreep er niks van, totdat ik De Keuze las en Edith Eger in Zeist soortgelijke woorden over zichzelf en daarmee over alle mensen met verlies sprak.

Daar hoort ook vergeving bij, vertelt Eger. “Maar geen vergeving zonder eerst de razernij te hebben gevoeld.” Het hervinden van levenslust geldt voor iedereen die ooit een groot of klein trauma heeft meegemaakt. Wat op deze 4 mei een hoopvolle gedachte kan zijn voor wie stilstaat bij geleden verlies. “Je kunt ervoor kiezen om vrij te zijn, lieve schat.”

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34