Uncategorized

Category Archive Uncategorized

Bevrijdingsdag-recept: Brokjes

Mijn pa kon niet koken. Nou ja, welgeteld één gerecht kon hij bereiden als geen ander. Brokjes. Een feestmaal voor mij en mijn vier broers. Oud brood en veel zout, opbakken in een pan zonder boter. (Let op: tijdig van het vuur halen!)

Geleerd als dwangarbeider in een Duits werkkamp ergens in de jaren veertig. Over brokjes kon Paul Overdiek (1923-1978) in geuren en kleuren vertellen. Verder sprak hij amper over de oorlog. Hooguit wat flarden over kameraadschap in heftige tijden en een paar dagen eenzame opsluiting in een bunker. Meer niet. Het trauma bleef zijn werk doen. We vroegen er om die reden ook niet naar. Geen heroïsche verhalen, brokjes brachten ons het dichtst bij zijn oorlogstijd.

Zojuist gooide ik drie sneetjes brood in blokjes in de pan. Een feestelijk snackje tussendoor op deze vijfde mei. Meer over brokjes en mijn vader in deze video, onderdeel van een CODA-serie verhalen van schrijvers over vrijheid.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Zoek de verschillen (m/v)

De man verliest kansloos in de boekenkast van het boeddhistisch centrum Savita in het Duitse Winterberg. Ik begin niet eens met tellen. In een oogwenk zie je dat er veel meer boeken zijn over Vrouw dan over Man. Tijd voor een heimelijke missie.

Ik ben een dag of vijf in het Sauerland neergestreken om me door Jan Geurtz (een man!) te laten bekwamen in de diverse meditatietechnieken. Het uitstapje is vooral een cadeautje aan mezelf na de hectische lancering van Als de man verliest en een overweldigende toestroom van nieuwe cliënten.

Er is veel vrije tijd tussen de sessie in de ochtend en avond. Ik werk aan de herziene uitgave van Tranen van Liefde, die begin volgend jaar verschijnt (nieuws!). Omdat het dagen regent, struin ik door het ietwat bedaagde complex van Savita en ontdek in de bibliotheek de ernstige omissie op boekenvlak. Vijf schamele boekjes over de man. Vijf. De vrouwen hebben een lange rij. Zijn we echt zo verschillend?

Mijn eerste aanvechting is om bij de receptie een bijdehante opmerking te maken. Dat schijnt iets te veel ego te zijn, heb ik inmiddels van Jan Geurtz geleerd. Niet doen, laat los. Dus duik ik de regen in en stiefel richting parkeerterrein. In mijn kofferbak heb ik een paar doosjes met boeken. Ik signeer mijn beide boeken en geef ze een mooi plekje. Heel stiekem, zonder iets te zeggen.

Dat zal ze leren, de man en de vrouw.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Last en lust van je achternaam

We zaten vlak voor de uitgetelde datum, hadden twee potentiële voornamen, toen we over de achternaam van onze aanstaande zoon kwamen te spreken. Waarom Overdiek? Waarom geen Nolan? We waren het snel eens.

to be or not to be

Geen Overdiek, en ik was zelf de meest hartstochtelijke pleitbezorger. Wonend in New York werd mijn onuitsprekelijke achternaam dagelijks verbasterd. Overdick. Overdeep. Overzier. Overdyke. Dat ging ik onze zoon niet aandoen, toen nog in de veronderstelling dat we nooit meer naar Nederland zouden terugkeren.

Nolan dus, met nog twee argumenten. Onze zoon zou het eerste kleinkind zijn aan de Nolan-kant, en daarmee stamhouder. Dat was geinige bijvangst. Maar nog belangrijker, waarom per se de naam van de vader en niet van de moeder? Door de achternaam van de moeder door te geven, maakten we een emancipatoir puntje.

Er kwamen vragen, vooral uit Nederland. Of ik er geen probleem mee had dat mijn achternaam zou ophouden te bestaan. Konden we niet de achternaam van Jennifer als tweede naam inzetten? Grappig, dat onbegrip. Ik houd wel van ontregelende acties, zeker als het ingaat tegen de opvatting ‘dat het nu eenmaal zo is en ook zo moet blijven’.

Zo’n feministische verzetsdaad was het trouwens niet in 1997. In Amerika was het vooral handig, in Engeland later ook, en vanaf 2008 in Nederland niet minder ingewikkeld. De namen zijn prachtig. Sander Paul Nolan en Eamonn James Nolan. Paul is de naam van mijn vader, James die van Jennifers vader. Hun leven, hun naam. De jongens zijn niet van mij.

Het hele proces van naamgeving draaide vanochtend als een korte speelfilm door mijn geheugen, toen ik het nieuws hoorde dat D66 het mogelijk wil maken dat nieuwgeborenen de naam van beide ouders moet kunnen dragen. Prima initiatief, elke vrijheid om je kind te vernoemen is meegenomen.

Met terugwerkende kracht heeft de achternaam Nolan voor mij een extra waardevolle betekenis gekregen. Nu hun moeder is overleden, vind ik het dierbaar dat Sander en Eamonn Nolan dagelijks voelen van wie ze afstammen, uit wie ze zijn gekomen en wie tot aan hun dood met ze meereist. What’s in a name? Meer dan je (be)denkt.