Derksen: soms een lul, vaker een pik

Derksen: soms een lul, vaker een pik

Of je haat Johan Derksen. Of je houdt van hem. Ik doe het allebei. Soms erger ik me kapot aan die ronkende stinksnor. Maar vaker krijg ik een glimlach bij zijn pretoogjes die in mij een jongensachtige branie aanwakkeren waar ik best een beetje jaloers op ben.

Precies vierhonderd pagina’s Derksen schreven Michel van Egmond en Antoinnette Scheulderman over en met de man voor wie ik een zwak heb. Leest heerlijk weg, en het paste afgelopen weekend precies aan boord van een retourvlucht Amsterdam-Porto. Alles komt aan bod, en het is een ‘must read’ voor iedereen die echt geïnteresseerd in de man achter diens vermeende homofobie en racistische prietpraat.

Vooropgesteld, Johan Derksen is geen van beiden. Hij leeft hooguit in een lang vervlogen tijd, waardoor zijn potsierlijke, provocerende, goudeerlijke uitspraken aan tafel met Gijp en Genee bij vlagen tenenkrommende zwart-witte nostalgie-tv opleveren. Hij is de enige oom die op verjaardagsfeestjes wegkomt met grappen die allang niet meer kunnen maar waar we toch stiekem (of openlijk) om lachen.

Ach, ome Johan.

Bovendien is Derksen degene die het laatst lacht met een contract dat hem tonnen per jaar oplevert. Hij is dermate financieel en geestelijk onafhankelijk dat het hem werkelijk geen donder interesseert of ze hem op staande voet ontslaan vanwege niet te pruimen opmerkingen. Dat maakt hem een goeie, ouwe pik in de meest mannelijke betekenis van het woord: een onverzettelijke man die dankzij zijn levenservaring en principes niet meewaait met allerlei winden.

Dat hij af en toe uit de bocht vliegt, zoals hij vroeger op de voetbalvelden smerige slidings inzette, is hem ook te vergeven. Mits er af en toe een sorry volgt, wat in het Akwasi-incident (google zelf maar als je niet meer weet waar het over ging) niet gebeurde. Dan ben je als man gewoon een lul. Niet dat-ie zich daar wat van aantrekt, maar toch, een lul.

Ik ken Van Egmond en Scheulderman. De laatste interviewde me een tijdje terug voor de Volkskrant (lees het hier) en voor haar lieve boek Dan neem je toch gewoon een nieuwe, over de rouw om overleden (huis)dieren. In het boek Derksen zie je precies waar de gewiekste human-interestspecialist ging doorvragen waar mannen al veel eerder zouden zijn gestopt. Scheulderman wist Johan Derksen te verleiden om zich, voor zover mogelijk, te openen over zijn zielenleven. Dat gebeurde op een liefdevolle manier.

De dood van zijn eerste vrouw Linda, moeder van hun dochter Marieke bijvoorbeeld. Hier zit een overeenkomst met mijn leven. Linda en (mijn) Jennifer overleden nadat hun hersenfuncties door een ongeluk waren uitgevallen. Onze echtgenotes werden maar 41 jaar. We bleven allebei achter met jonge kinderen, probeerden op onze manier om het leven weer wat pragmatische zin te geven en struikelden over onze typisch mannelijke onvermogen. We deden ons best.

Mooi én pijnlijk praat Johan Derksen over zijn ouders. Zijn vader was een alcoholische machtswellusteling die Johans moeder regelmatig sloeg. Het is te simpel om zijn verknipte jeugd als verklaring aan te voeren voor wie hij als nationale brombeer is geworden. Ik kijk liever naar de spaarzame momenten dat Johan bij zijn vader achterop de motor zat op weg naar een zondagse voetbalwedstrijd. Wat had ik hem veel meer van dit soort momenten gegund, zodat er meer wederzijds begrip en verbinding was geweest.

In het gemis van een vader, die op een gezonde manier zijn emoties had beheerst en getoond, zit namelijk wel het grote verdriet en het latere (wan)gedrag dat een man soms onuitstaanbaar kan maken. Nogmaals, geen excuus, wel een inzicht.

Er zijn nog twee momenten die van mij een parttime Derksen-fan maken. Met mijn jongste zoon was ik jaren geleden in Grolloo. We bezochten er zijn blues-festival om de weergaloze Jeff Beck aan het werk te zien. Die avond trad ook Ringo Starr op, maar de voormalige Beatle vonden vader en zoon een achterlijke clown. Wel een lekker coverbandje had-ie bij zich, dus vermakelijk was het wel daar in het hoge noorden.

Als student journalistiek heb ik ooit Johan Derksen geïnterviewd, hij zal het zich vast niet meer herinneren. Mijn eindscriptie ging over objectiviteit in de sportjournalistiek. Derksen was nogal verweven met zijn naamgenoot, Johan Cruyff. Mijn hoogdravende stelling was dat Derksen zich niet bepaald kritisch en onafhankelijk opstelde in zijn berichtgeving over de grote Ajacied. In plaats van argumenten om mijn ongelijk te bewijzen gaf hij toe boter op zijn hoofd te hebben. Hij zag er geen probleem in, wat ik als groentje in de journalistiek best ingewikkeld vond.

Op pagina 238 vertelt Derksen over een moment ergens eind jaren tachtig dat hij met Cruyff in de auto zat, ’s nachts na de erewedstrijd voor Piet de Visser in het Willem II-stadion, waarin hij nog één keer meedeed. ‘De muziek op de radio’, aldus Derksen, ‘vond-ie allemaal niks. (…) Johan had een muzieksmaak die niet bij zijn leeftijd paste. Hij was in veel opzichten een ouderwetse man.’

Bij deze passage vloekte ik even. Ik was namelijk ook bij die wedstrijd, en na afloop wilde ik Cruyff spreken voor mijn eindscriptie. Derksen zou me introduceren, maar Cruyff wilde snel weg. Even, heel eventjes maar, was er de mogelijkheid dat ik met Johan en Johan zou meerijden in de auto om vanaf de achterbank mijn vragen te stellen. Ze gingen richting Zwolle, meen ik me te herinneren. Ik vroeg me af hoe ik daarna weer naar Tilburg zou moeten terugkeren, het was immers al laat op de avond, en die minieme kans van een autoritje met de legende vervloog met die onzalige gedachte meteen.

Wat een historische kans heb ik op dat moment verprutst. Ik had moeten instappen, desnoods me laten voortslepen door de achterbumper. Lulhannes. Eigenlijk was ik met die slappe houding volkomen ongeschikt voor het journalistieke vak, dat ik toch ruim dertig jaar in binnen- en buitenland heb beoefend op een manier die Derksen moet hebben aangesproken. Ook dat maakt zijn biografie voor mij een feest der herkenning.

Twee kloten dus voor Derksen, bij vlagen een onuitstaanbare lul maar veel vaker een prima pik. Lees het boek als je wilt begrijpen hoe mannen met macht en onmacht omgaan. En ook daarna mag je nog steeds een gruwelijke hekel aan hem houden. Maakt mij niets uit. En hem nog minder.

Tim.Overdiek@gmail.com / 06 23 27 55 34

Comments

  • Poul Annema | Nov 30,2021

    Heel fijn stuk Tim, Derksen blijft ook voor mij een man met meerdere karakters!!

  • Jeroen | Nov 30,2021

    Mooi stuk Tim. Twee van mijn helden beschreven, wat zonde dat je die kans hebt laten lopen….

  • Leave a Reply

    Your e-mail address will not be published. Required fields are marked *