Monthly Archive March 2019

Ben ik een zure, ouwe man?

Tim versus Rotpuber: 0-1. Zo voelt het rond het middaguur, als ik de confrontatie aanga met een tiener op zijn scooter. Ik krijg van hem een stomp op mijn borst omdat ik niet snel genoeg aan de kant ga.

Met een volle boodschappentas over de schouder verlaat ik de supermarkt. Voor de ingang een lange rij scholieren die vanwege de drukte een voor een na binnen mogen. Een moeder met twee kindjes schiet voor me langs waarna ik een oude dame met rollator passeer.

Een scooter nadert op de stoep. Bestuurder heeft oortjes in, achterop een leeftijdgenoot. Jaartje of zeventien. Ik stop, hij ook. We kijken elkaar in de ogen. “Je mag hier niet over de stoep”, zeg ik. Hij antwoordt: “Mag ik er even langs?”

“Nee”, zeg ik.

Op dit moment realiseer ik me dat in mij een potentieel zure, ouwe man schuilt die er een hobby van maakt om opgeschoten knapen op te jagen. Het type buurman dat de verdwaalde voetbal in zijn tuin kapotsnijdt. Dat wil ik niet zijn, en dat ben ik ook niet. Dit is een simpel verkeersdingetje. Hij zit fout.

“Je mag hier niet met je scooter rijden. Kijk hoe druk het is”, herhaal ik.

“Laat me er langs”, herhaalt hij.

Ik blijf staan. Drie seconden duurt de impasse. Dan stompt hij me op de borst. Zijn passagier stapt af, en ik voel me geïntimideerd. Om me heen zie ik plotseling tientallen jongeren toekijken. Een straatincident! Een duidelijk gevalletje mannelijke groepsdruk met als inzet: Wie gaat hier winnen? De vijftiger of de tiener?

Ik ben verbouwereerd over zijn vuist. Het doet geen pijn, maar de klap komt wel aan. Ik stap naar achter, hij rijdt door en parkeert zijn scooter. Ik overweeg hem achterna te lopen, het kenteken te noteren, een foto van hem te maken. Moet ik hem een dreun tegen de neus verkopen? De politie bellen?

Ik loop weg. Hier heb ik geen zin in. Het beeld van de zure, ouwe man komt op. Laat gaan, Tim, dit is de energie niet waard. Twee straten verderop voel ik dat hier niks van klopt. Ik ben geslagen, ik ben vernederd, ik ben afgeserveerd als kwetsbare burger.

“Ach, gewoon een kutpuber”, zegt mijn zoon. Is dat zo? Pas de volgende dag weet ik het antwoord. Ik had graag even met de jongen gepraat. Even elkaar begrijpen. Maar ja, de reactiesnelheid van deze ouwe man beloopt tegenwoordig een etmaal.

Tranen, zo lang de voorraad strekt

Wie maakt me los, mensen? Op mijn zolder wacht een voorraadje op lezers van het boek dat ik nooit heb willen schrijven. Tranen van Liefde is sinds deze week officieel uitverkocht. Tienduizend stuks over de toonbank (maar psst, ik heb nog wat doosjes).

Het is me wat, het leven van een boek. De ontkieming van een idee, de zwangerschap van het schrijfproces, de lancering als geboorte, de oohs en aahs bij het vasthouden van ‘het kind’, de tweede, derde en vierde druk als uitbreiding van het gezin. En na een kort leven de verbanning naar de ramsj, het liefdevolle hospice van de literatuur.

Het overkwam Tranen van Liefde, mijn dagboek over het jaar na de dood van mijn vrouw Jennifer, moeder van onze twee kinderen. Het verscheen eind 2010 bij Prometheus, omdat ik ooit had gelezen dat de (net als ik Brabantse) uitgever Mai vroeg zijn moeder had verloren. Daar hoorde het boek thuis, en ik werd er warm ontvangen.

Als een strenge doch rechtvaardige vader (en ook dat ben ik) besloot baas Spijkers om de haperende vierde druk te dumpen bij opkoper Steven Sterk. Als die het niet had gewild, dan waren ruim drieduizend exemplaren door de papiervernietiger geslingerd. Ik kocht als de wiedeweerga een paar honderd van mijn kindjes terug. Met het feit ik niet langer royalty’s ontving, kon ik leven. Life sucks.

Fast forward naar eind 2017, toen ik de deuren van mijn praktijk opende en over mannen en verlies mocht praten bij Humberto Tan en in Dagblad Trouw. Tranen van Liefde ontwaakte uit een coma (het kan dus wel), en bij Ramsj.nl zagen ze hun verstoffende voorraad beetje bij beetje slinken. Afgelopen week meldde bol.com dat het boek alleen nog tweedehands verkrijgbaar is.

Ik belde met Steven Sterk. Ja, ze waren op. Dat vervulde me met trots, maar ook met een beetje droefenis. Als schrijver wil je dat je boek tot in eeuwigheid verkrijgbaar blijft. En mijn zoldermagazijn zal ook leegraken, merkte ik. De afgelopen dagen zomaar vijf bestellingen. Een tientje voor mijn gesigneerde boek, plus verzendkosten. Stuur me maar een mail met je gegevens: tim.overdiek@gmail.com.

Tranen, zolang de voorraad strekt. (En bij In de Wolken hebben ze kennelijk ook nog wat doosjes.)

Inmiddels ben ik met collega-therapeut Wim van Lent bezig aan een boek over het thema Mannen en Verlies. We interviewen bekende Nederlandse mannen over hun verliesverhaal en duiken in de materie met voorbeelden en bijbehorende uitleg. We zijn goed op streek, dus een nieuw ‘kindje’ is in de maak. Ergens in het najaar zijn we uitgeteld.

Ik vind bovendien vast wel een manier om ook Tranen van Liefde nieuw leven in te blazen. Het was door de dood van mijn geliefde misschien een ongewenste bevruchting. Het weerspannige leven van dit boek maakte me door de vele reacties in de voorbije jaren ook duidelijk dat rouw door mannen zijn eigen wegen kent. Een levensles waar ik dankbaar voor ben.