Tranen? Ben je besodemieterd!

Tranen? Ben je besodemieterd!

“Geef mij eens zo’n snuifding”, commandeert de man. Hij wijst naar de zakdoekjes, die in een hoek van mijn praktijk onopvallend staan te zijn. Grijnzend geef ik het ‘snuifding’ aan mijn betraande cliënt. Zo doen we dat hier.

Als je me vraagt wat het verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke cliënten, dan heb ik aan één woord voldoende: zakdoekjes. Bij vrouwen zet ik ze klaar, bij mannen houd ik ze achter de hand. Tranen zijn van harte welkom, begrijp me niet verkeerd, maar het is voor mannen toch best een dingetje.

Een andere cliënt beet me eens pissig toe dat ik “erop uit was om hem aan het huilen te maken”. Zijn tranen kwamen op het moment dat hij zich in een familie-opstelling plotseling realiseerde hoezeer hij ten diepste verlangde naar zijn afwezige vader. Dat was een openbaring, vond hij, maar dat gejank erbij was niet de bedoeling.

Verman je. Wees sterk. Echte mannen huilen niet. Tranen zijn een uiting van zwakte. We kennen ze wel, die traditionele opvattingen van mannelijkheid. Wat er ook gebeurt, je laat niks merken. Sla desnoods van je af, sta je mannetje, toon je kloten. Kortom, wees een echte vent.

Gelukkig is het 2019, tijd voor de toekomst, en dus kopt De Standaard deze week: Wees een vent, en huil.

De Belgische krant plaatst die oproep op basis van een nieuwe richtlijn van de American Psychological Association (APA). Na veertig jaar onderzoek onder psychologen en hun mannelijke patiënten is de conclusie helder. “Traditionele mannelijkheid, gekenmerkt door stoïcisme, competitiviteit, dominantie en agressie, is schadelijk.”

Als je opgevoed bent met de overtuiging dat het gevaarlijk is om je kwetsbaar op te stellen, dan ben je sneller geneigd om mentale problemen te negeren of te ontkennen. Hulp vragen is dan moeilijk. Hoe zwaarder de tegenslag, vooral bij ingrijpend verlies, hoe groter het isolement. Om die reden pleegt de man ook vaker suïcide dan de vrouw.

Soms zie ik de tranen niet. Dan vertelt een mannelijke cliënt met een geruststellende glimlach op zijn gezicht over de enorme worsteling die hij doormaakt. Er gaat pas een belletje rinkelen als hij maar blijft praten. En glimlachen. En praten. En glimlachen. Op enig moment valt hij stil, en dan zeg ik niks. Heel venijnig is dan mijn zwijgen.

In die stilte gebeuren meestal de mooiste dingen.

Daarna loop ik onopvallend naar het hoekje van mijn praktijkruimte en zet ik het doosje ‘met van die snuifdingen’ naast de man op de vensterbank. Ook dan blijven de zakdoekjes niet zelden ongebruikt. Ik zie het door de vingers. Een echte vent gebruikt zijn mouw.

Volkskrant / Peter de Wit

Comments

  • Tanja | Jan 10,2019

    Sterk spul hè?

    • timoverdiek | Jan 10,2019

      On the rocks. Cheers!

  • Leave a Reply

    Your email address will not be published. Required fields are marked *