Monthly Archive January 2019

Last en lust van je achternaam

We zaten vlak voor de uitgetelde datum, hadden twee potentiële voornamen, toen we over de achternaam van onze aanstaande zoon kwamen te spreken. Waarom Overdiek? Waarom geen Nolan? We waren het snel eens.

to be or not to be

Geen Overdiek, en ik was zelf de meest hartstochtelijke pleitbezorger. Wonend in New York werd mijn onuitsprekelijke achternaam dagelijks verbasterd. Overdick. Overdeep. Overzier. Overdyke. Dat ging ik onze zoon niet aandoen, toen nog in de veronderstelling dat we nooit meer naar Nederland zouden terugkeren.

Nolan dus, met nog twee argumenten. Onze zoon zou het eerste kleinkind zijn aan de Nolan-kant, en daarmee stamhouder. Dat was geinige bijvangst. Maar nog belangrijker, waarom per se de naam van de vader en niet van de moeder? Door de achternaam van de moeder door te geven, maakten we een emancipatoir puntje.

Er kwamen vragen, vooral uit Nederland. Of ik er geen probleem mee had dat mijn achternaam zou ophouden te bestaan. Konden we niet de achternaam van Jennifer als tweede naam inzetten? Grappig, dat onbegrip. Ik houd wel van ontregelende acties, zeker als het ingaat tegen de opvatting ‘dat het nu eenmaal zo is en ook zo moet blijven’.

Zo’n feministische verzetsdaad was het trouwens niet in 1997. In Amerika was het vooral handig, in Engeland later ook, en vanaf 2008 in Nederland niet minder ingewikkeld. De namen zijn prachtig. Sander Paul Nolan en Eamonn James Nolan. Paul is de naam van mijn vader, James die van Jennifers vader. Hun leven, hun naam. De jongens zijn niet van mij.

Het hele proces van naamgeving draaide vanochtend als een korte speelfilm door mijn geheugen, toen ik het nieuws hoorde dat D66 het mogelijk wil maken dat nieuwgeborenen de naam van beide ouders moet kunnen dragen. Prima initiatief, elke vrijheid om je kind te vernoemen is meegenomen.

Met terugwerkende kracht heeft de achternaam Nolan voor mij een extra waardevolle betekenis gekregen. Nu hun moeder is overleden, vind ik het dierbaar dat Sander en Eamonn Nolan dagelijks voelen van wie ze afstammen, uit wie ze zijn gekomen en wie tot aan hun dood met ze meereist. What’s in a name? Meer dan je (be)denkt.

Leven na een dodelijk ongeval, hoe doe jij dat?

Ik koester mijn woede. Soms zoek ik hem zelfs even op, twee straten verderop. Dan ben ik op de plek waar mijn vrouw is doodgereden, en voel ik meteen; ja ik ben nog steeds laaiend. Hartstikke laaiend.

Het levert allemaal niks op, en kost alleen maar energie. Maar soms is het gewoon even nodig, om stil te staan bij het zebrapad waar Jennifer tegen het asfalt werd gekwakt en nooit meer zou opstaan. Om de waanzin van de dood even te doorvoelen. Dat is dan de winst.

Daarna ga ik weer verder mijn leven. Vrolijk verder zelfs. En begrijp me niet verkeerd, de verantwoordelijke man die de 41-jarige moeder van onze kinderen uit het leven rukte hebben we allang geleden vergeven. We wensen hem het beste toe. Echt waar.

Toch komt de boosheid over het ongeluk bij vlagen om de hoek kijken. Heel eventjes maar, en realiseer ik me hoe diep de wonden zijn geslagen bij mij als nabestaande. Uiteenlopend van kleine steken tot irritant gekriebel. Als ik het weer voel, meestal op de meest onverwachte momenten, weet ik; verzorg de wond, Tim.

Het begon weer te jeuken toen ik deze week meedeed aan een grootschalig onderzoek naar de gevolgen voor nabestaanden van dodelijke verkeersongevallen. De universiteiten van Groningen en Utrecht en Stichting Centrum ’45 gaan de komende drie jaar bekijken hoe de hulp voor rouwende nabestaanden beter kan worden afgestemd.

Hier vind je meer info en kun je meedoen: Rouw na Verkeersongeval

Als lotgenoot en therapeut met verlies als specialisme ben ik gevraagd voor de begeleidingscommissie van de onderzoekers. Ruim negen jaar na onze persoonlijke tragedie kan ik er tamelijk afstandelijk en inhoudelijk over praten. Toch blijf je ook na al die tijd een gepijnigd slachtoffer. De naweeën blijven altijd met me meereizen.

Dat maakt het onderzoek zo belangrijk. Rouw is individueel en gebeurt op eigen tempo, dat weten we. Dat predik ik ook in mijn praktijk. Neem de tijd en doe het op je eigen manier – ik loop eventjes met je mee. De vragenlijst laat je stap voor stap nagaan in hoeverre je in je huidige leven nog last hebt van het ongeluk, ook al was je er niet zelf bij betrokken.

Voor mij was het een graadmeter. Tot mijn opluchting stelde ik vast dat ik het heel aardig doe. Geen hinderlijke onderbrekingen van mijn dagelijks leven. Ja, heel af en toe dus de boosheid die als een duveltje uit een doosje schiet. Sluipmoordenaars noem ik ze, altijd bereid om op een ongewenst tijdstip hoi te komen zeggen.

Hoe doe jij dat? Hoe ga jij om met de gevolgen van een verkeersongeluk waarbij een geliefde om het leven is gekomen? Ik hoor het graag, in de comments hieronder. De onderzoekers ook, dus doe de zelf-check op rouwnaverkeersongeval.nl, waarmee je toekomstige lotgenoten een steuntje in de rug zult geven.

Tranen? Ben je besodemieterd!

“Geef mij eens zo’n snuifding”, commandeert de man. Hij wijst naar de zakdoekjes, die in een hoek van mijn praktijk onopvallend staan te zijn. Grijnzend geef ik het ‘snuifding’ aan mijn betraande cliënt. Zo doen we dat hier.

Als je me vraagt wat het verschil is tussen mannelijke en vrouwelijke cliënten, dan heb ik aan één woord voldoende: zakdoekjes. Bij vrouwen zet ik ze klaar, bij mannen houd ik ze achter de hand. Tranen zijn van harte welkom, begrijp me niet verkeerd, maar het is voor mannen toch best een dingetje.

Een andere cliënt beet me eens pissig toe dat ik “erop uit was om hem aan het huilen te maken”. Zijn tranen kwamen op het moment dat hij zich in een familie-opstelling plotseling realiseerde hoezeer hij ten diepste verlangde naar zijn afwezige vader. Dat was een openbaring, vond hij, maar dat gejank erbij was niet de bedoeling.

Verman je. Wees sterk. Echte mannen huilen niet. Tranen zijn een uiting van zwakte. We kennen ze wel, die traditionele opvattingen van mannelijkheid. Wat er ook gebeurt, je laat niks merken. Sla desnoods van je af, sta je mannetje, toon je kloten. Kortom, wees een echte vent.

Gelukkig is het 2019, tijd voor de toekomst, en dus kopt De Standaard deze week: Wees een vent, en huil.

De Belgische krant plaatst die oproep op basis van een nieuwe richtlijn van de American Psychological Association (APA). Na veertig jaar onderzoek onder psychologen en hun mannelijke patiënten is de conclusie helder. “Traditionele mannelijkheid, gekenmerkt door stoïcisme, competitiviteit, dominantie en agressie, is schadelijk.”

Als je opgevoed bent met de overtuiging dat het gevaarlijk is om je kwetsbaar op te stellen, dan ben je sneller geneigd om mentale problemen te negeren of te ontkennen. Hulp vragen is dan moeilijk. Hoe zwaarder de tegenslag, vooral bij ingrijpend verlies, hoe groter het isolement. Om die reden pleegt de man ook vaker suïcide dan de vrouw.

Soms zie ik de tranen niet. Dan vertelt een mannelijke cliënt met een geruststellende glimlach op zijn gezicht over de enorme worsteling die hij doormaakt. Er gaat pas een belletje rinkelen als hij maar blijft praten. En glimlachen. En praten. En glimlachen. Op enig moment valt hij stil, en dan zeg ik niks. Heel venijnig is dan mijn zwijgen.

In die stilte gebeuren meestal de mooiste dingen.

Daarna loop ik onopvallend naar het hoekje van mijn praktijkruimte en zet ik het doosje ‘met van die snuifdingen’ naast de man op de vensterbank. Ook dan blijven de zakdoekjes niet zelden ongebruikt. Ik zie het door de vingers. Een echte vent gebruikt zijn mouw.

Volkskrant / Peter de Wit

Als Petra belde, dan wist je het wel

Mijn eigen vrouw heb ik vaak genoeg ‘nee’ verkocht, maar bij Petra liet ik dat wel uit mijn hoofd. Als zij belde, dan was het eerst om even gezellig bij te praten maar al snel kwam ze ter zake. Petra de weduwe had weer eens ergens Tim de weduwnaar voor nodig. “Ja, is goed.”

Read More